Info voor ouders en doorverwijzers
februari
22
2012
Freinet
De Sassepoort is een lagere school voor buitengewoon onderwijs type 3, voor kinderen van 3 tot 13 jaar die gedrags- en/of emotionele problemen hebben. Die problemen zorgen ervoor dat het in een andere school niet meer lukt.
Voor ons is een kind iemand die:
Zich aan het ontwikkelen is
Wil leren, wil vooruit gaan
Nood heeft aan duidelijkheid, aan stabiliteit, aan betrouwbaarheid
Vertrouwen moet krijgen om zelf te leren kiezen
De school is er in de eerste plaats om te werken, om te leren, om graag te leren. Een kind dat graag naar school komt, zit beter in zijn vel en zal minder problemen vertonen. Alle kinderen die bij ons aankomen, hebben het moeilijk. In de eerste plaats zorgen we voor duidelijkheid, stabiliteit en betrouwbaarheid door duidelijke afspraken. Kinderen met bijvoorbeeld ADHD moeten hier heel dicht in begeleid worden, maar per definitie heeft elk kind er nood aan. Iedereen op school kent die afspraken en er wordt heel vaak over gesproken. Er zijn er drie heel belangrijke:
1. Je mag nooit iemand storen die aan het werken of het spelen is. Als je het zelf moeilijk hebt, moet je een oplossing zoeken die de anderen niet stoort.
2. Aggressie kan nooit. Natuurlijk zijn er conflicten en wordt er ook soms geduwd, getrokken, gevochten. Dit wordt altijd bestraft. Als je iemand hebt pijn gedaan, moet je het altijd weer goedmaken.
3. Je moet zorg dragen voor de anderen en voor de spullen, er mag niets worden kapot gemaakt. Als je iets stuk maakt, moet je het herstellen of vergoeden.
Kinderen willen leren, willen vooruit. Daar zijn we van overtuigd. Soms zijn er natuurlijk al veel slechte ervaringen geweest, of is er faalangst, maar uiteindelijk wil iedereen vooruit. Dit lukt het best wanneer de kinderen ook zelf mee kunnen kiezen waarover ze gaan leren, dit lukt het best wanneer de kinderen niet alleen moeten luisteren naar de volwassenen, maar wanneer de volwassenen ook luisteren naar de kinderen. Daarom kiest de Sassepoort voor Freinet-onderwijs en een institutionele werking.
Freinet-onderwijs wil zeggen dat het leren gebeurt op basis van de ervaringen van de kinderen. Een kind dat voelt dat er met hem wordt rekening gehouden, voelt zich goed en wil ook leren. Bovendien onthoudt een kind veel beter en veel langer wat het zelf heeft kunnen aanbrengen, wat het zelf heeft kunnen opzoeken. Freinet-onderwijs is altijd creatief onderwijs.
Freinet-onderwijs wil niet zeggen dat de kinderen zelf mogen kiezen wat ze doen. Nochtans denken veel mensen dat, maar het is helemaal niet juist. Misschien nog meer dan in het gewoon onderwijs, moet een kind zich in een Freinet-klas aan een plan leren houden. Ten eerste volgen we voor taal en rekenen ook handboeken uit het gewone onderwijs. Maar daarnaast doen de kinderen ook zelf rekenonderzoeken, schrijven ze vrije teksten, hebben ze een correspondentie-klas… Ten tweede moet er heel veel gepland worden in een Freinet-klas: er is een vast dag- en weekschema. Maar het wordt samen met de kinderen opgesteld en de inhoud ervan wordt opgesteld op basis van wat de kinderen elke maandag vertellen in de praatronde.
Een institutionele werking wil zeggen dat er niet alleen in de klas wordt geleerd en gewerkt, maar ook in verschillende ateliers. Een kind kan niet alles leren in een klas en moet ook niet altijd in de klas zijn. Soms heeft het gewoon talenten die niet altijd aan bod komen in een klas, soms is het gewoon veel beter met zijn handen dan met zijn hoofd, soms zorgt het leren voor zoveel druk dat het ook ergens anders wil zijn, soms wil het gewoon iets helemaal anders doen en dan terug komen naar de klas. Er is een hout-atelier, een crea-atelier, een tuin-atelier, een brood-atelier, een soep-atelier, een verhalen-atelier, een schoolkrant-atelier… Sommige kinderen gaan een halve of een ganse dag per week naar de boerderij, of de Tuin van Kina, of een manège…
De kinderen moeten zich aanpassen aan de regels van de school, maar wij willen ervoor zorgen dat de kinderen zich veilig weten op school, zich geborgen weten, er graag naar toe komen én dat ze er mee vorm kunnen aan geven. De ateliers zorgen ervoor dat iedereen zijn ei kwijt kan én dat iedereen zich op zoveel mogelijk manieren kan ontwikkelen. Bovendien bouwen de kinderen op die manier een band op met verschillende volwassenen én met de kinderen uit andere klassen. Kinderen met hechtingsproblemen blijken veel voordelen te halen uit deze manier van werken: ze hebben moeite met vertrouwen, of ze eisen alle aandacht voor zich alleen op. Dit maakt het soms heel moeilijk voor een leerkracht in een klas. Doordat deze kinderen weten dat ze op verschillende plaatsen terecht kunnen, gaan ze hier beter mee om.
Kinderen met een autisme-spectrum-stoornis leren deze werking stap voor stap kennen, ze hebben nood aan duidelijkheid en controle. Het is onze ervaring dat ze doorheen deze manier van werken na verloop van tijd beter en makkelijker omgaan met de realiteit, ze durven zich gaandeweg meer open te stellen voor wat er rondom hen gebeurt, ze kunnen mee hun programma samenstellen waardoor ze niet zoveel controle meer nodig hebben. We kiezen ervoor om geen afzonderlijke auti-klas te organiseren, maar deze kinderen worden goed geïntegreerd en begeleid in alle klassen.
Het is een bijzondere manier van werken die ervoor zorgt dat kinderen weer graag naar school komen, én die ervoor zorgt dat alle kinderen zoveel mogelijk leren. De doelstellingen en eindtermen zijn dezelfde als in het gewoon onderwijs. De meeste kinderen gaan daarna naar het gewoon beroepsonderwijs, wie zijn diploma lager onderwijs behaalt kan naar het technisch onderwijs of het ASO. Alleen de kinderen die hier niet toe in staat zijn, gaan ook in het middelbaar naar het buitengewoon onderwijs, waar ze net als in het gewoon onderwijs een beroep leren.
Kinderen die bij ons terecht komen, worden doorverwezen omdat ze problemen hebben. Wij gaan er vanuit dat een kind meer is dan zijn problemen. Door onze manier van werken ondersteunen en versterken we wat de kinderen wél allemaal kunnen. Bijna allemaal moeten ze immers meer zelfvertrouwen krijgen. Dit lukt niet als je alleen maar naar de problemen kijkt.
Door de sterke punten van een kind in de verf te zetten, door er goed naar te luisteren, door er rekening mee te houden in de klas, door het verantwoordelijkheid te geven, maak je het sterker.
Natuurlijk worden gedragsproblemen, emotionele problemen en leerproblemen hiermee niet in één klap weggewerkt. Alle klassen worden bijgestaan door een extra ondersteunende leerkracht. Hierdoor krijgen alle kinderen de individuele ondersteuning die ze nodig hebben. Specifieke leerproblemen in verband met taal en rekenen worden aangepakt in de logopedie. In de kinesitherapie wordt de totale lichamelijke ontwikkeling gestimuleerd én is er bijzondere aandacht voor kinderen die moeilijk leren schrijven. Kinderen die emotionele problemen hebben kunnen op vraag van de ouders, de leerkracht of het kind zelf individuele psychotherapie krijgen.
De school werkt samen met de mensen van het CLB en alle hulpverlening die betrokken is bij onze kinderen (thuisbegeleidingsdiensten, OCMW, diverse voorzieningen uit de bijzondere jeugdzorg,…)

De school


