Freinet

Célestin Freinet



Célestin Freinet werd in 1896 als vijfde van acht kinderen geboren in een boerengezin in
het Zuidfranse dorpje Gars (Alpes Maritimes), gelegen aan de oever van het riviertje de
Esteron. De schitterende natuur, de dagelijkse omgang met boeren, herders en een enkele
handwerksman waren van kindsbeen af een voedingsbodem voor zijn latere pedagogische
denken. Célestin leefde mee met het ritme van de seizoenen en leerde reeds vroeg
verantwoordelijkheid dragen voor een aantal taken op de boerderij. Nadat hij de lagere
school en de middelbare school bezocht had, werd hij in 1913 student aan een Ecole
Normale (PABO) in Nice. In 1915 werd hij opgeroepen voor militaire dienst. Een jaar later
liep hij een schotwond in zijn longen op waardoor hij vier jaar lang als volledig
oorlogsinvalide in allerlei sanatoria en militaire lazaretten verbleef. Wie kwam hij daar bijna
uitsluitend tegen... de kleine man.

Lees meer: Célestin Freinet

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

 

Freinettechnieken

Freinettechnieken.

In l'Ecole Moderne Française somt Freinet 28 technieken (in een welbepaalde volgorde -die
hij raadzaam acht) welke een klas kan omvormen volgens werkopvoeding.
Hij start met de afschaffing van de trede, de oprichting van een coöperatieve en de invoering
van de vrije tekst. Vervolgens vermeldt hij "de schooltuin" die eigenlijk geen specifieke
techniek is en ook niet te verwezenlijken is buiten de plattelandsscholen. Hij zag daarin een
bron van diverse motivatie (observatie, rekenen), te weinig gebruikt door de school. Hij
vermeldt evenwel geen latere technieken (levend rekenen, uitwisselingsprojecten (-reizen),
opnames en uiteraard informatica.
In deze presentatie tonen wij een andere rangschikking die zal helpen het geheel te
begrijpen. Vanzelfsprekend staan de technieken niet geïsoleerd van elkaar maar is er
interactie.

Zij hebben als gezamenlijke eigenschap geen voorrang te geven aan de technische
vaardigheden (taalkunde, notenleer, perspectief, enz.) maar deze slechts aan bod te laten
komen nadat de kinderen door hun expressie de nood voelen deze te beheersen.

Lees meer: Freinettechnieken

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

   

De invarianten van Freinet

De invarianten van Freinet.

HOOFDSTUK 1: DE AARD VAN HET KIND

1. Kind en volwassene zijn gelijk van aard.
Enerzijds is het kind onwetend, onervaren en organisch zwakker, anderzijds beschikt het
over een enorme levenskracht, maar leeft precies volgens dezelfde beginselen als de
volwassene.
Tussen beiden is geen verschil in natuur, alleen een verschil in graad.


2. Groter zijn betekent niet noodzakelijk superieur zijn.
Leef tussen je leerlingen.
Zo kom je direct tot open opvoeding en sta je direct op gelijk niveau met de kinderen.
Je ziet ze niet meer met de ogen van een pedagoog of van een baas, maar zoals een
gewoon mens kinderen ziet.


3. Het gedrag van een kind op school toont de functie van zijn gestel, van zijn fysiologische
en organische toestand.
Vergeet niet dat ook jij maar half werk levert als je hoofd-of kiespijn hebt, als je maag slecht
verteert of als je hongerig bent.
Span je in om de psychologische, psychische of sociale oorzaken van zijn gedrag te
achterhalen.

Lees meer: De invarianten van Freinet

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

 

Didactische principes van Freinet

De didactische principes van FREINET.

De pedagogie van Freinet is ontstaan in de praktijk en is begrijpelijk voor de practicus in
dezelfde situatie.

De belevingswereld van het kind

Een grondige kennis van de leefsituatie van de kinderen en een goede vertrouwensrelatie
tussen de kinderen en de volwassene, maar ook tussen de kinderen onderling zijn de eerste
vereisten om goed te kunnen werken. Dit betekent observeren: echt kijken en echt luisteren
om te achterhalen wat de kinderen interesseert en waar ze mee bezig zijn. Activiteiten
organiseren die het leven in de klas brengen zoals Freinet zijn Technique de Vie
binnengebracht heeft in zijn praktijk.

Het Natuurlijk leren

Het kind leert van nature. De drang en de wil tot leren is aanwezig. De school moet de leefen ervaringswereld, de gewoonten, gedragingen van de kinderen leren kennen en daarvan
vertrekken. Ze moet steeds weer op zoek gaan naar nieuwe elementen in het leven van de
kinderen zelf. Steeds opnieuw achterhalen waarvoor het kind als individu en in groep
belangstelling heeft. De school past zich aan aan het kind en niet andersom!

Lees meer: Didactische principes van Freinet

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

   

Pagina 1 van 2