Didactische principes van Freinet
De didactische principes van FREINET.

De pedagogie van Freinet is ontstaan in de praktijk en is begrijpelijk voor de practicus in
dezelfde situatie.
De belevingswereld van het kind
Een grondige kennis van de leefsituatie van de kinderen en een goede vertrouwensrelatie
tussen de kinderen en de volwassene, maar ook tussen de kinderen onderling zijn de eerste
vereisten om goed te kunnen werken. Dit betekent observeren: echt kijken en echt luisteren
om te achterhalen wat de kinderen interesseert en waar ze mee bezig zijn. Activiteiten
organiseren die het leven in de klas brengen zoals Freinet zijn Technique de Vie
binnengebracht heeft in zijn praktijk.
Het Natuurlijk leren
Het kind leert van nature. De drang en de wil tot leren is aanwezig. De school moet de leefen ervaringswereld, de gewoonten, gedragingen van de kinderen leren kennen en daarvan
vertrekken. Ze moet steeds weer op zoek gaan naar nieuwe elementen in het leven van de
kinderen zelf. Steeds opnieuw achterhalen waarvoor het kind als individu en in groep
belangstelling heeft. De school past zich aan aan het kind en niet andersom!
Intrinsieke motivatie
Bij alle kinderen de wil tot leren verhogen! Hen motiveren om op onderzoek te gaan en
vanuit eigen interesse, kennis op te bouwen. Zich vragen stellen over en op zoek gaan naar
antwoorden. De kennis die ze op die manier opdoen en de vaardigheden die zij zich op deze
wijze eigen maken blijven heel lang bij en geven zij door op een manier die hen eigen is,
zonder zich op geen enkele manier bedreigd te voelen.
Tastenderwijs experimenteren
De school moet manieren zoeken om tegemoet te komen aan de gezonde exploratiedrang
van de kinderen. Er samen op uit trekken, gezamenlijk onderzoeken, experimenteren, samen
bestuderen, opzoeken, structuren, rubriceren enz nemen in het dagelijks gebeuren een
centrale plaats in.
Het echte leren
Er samen over spreken en discussiëren, is heel essentieel. Het in groep bespreken van wat
kinderen alleen of in kleine groep vinden vormt de kern van de ontwikkeling. Wat kinderen in
groep bespreken maken ze zich eigen en dat is echt leren. De volwassenen en de groep
brengen op deze wijze het geheel op een hoger niveau.
Zinvol werken
Hetgeen de kinderen beleven, onderzoeken, bestuderen, leren en de manier waarop ze dit
doen moet voor hen betekenisvol zijn, het moet onmiddellijk bruikbaar zijn in hun dagelijks
leven en hen telkens een stapje vooruit helpen.
Extra training is voor kinderen, aanvaardbaarder als ze het noodzakelijke ervan inzien en als
het bijdraagt tot een beter functioneren.
Freinet laat kinderen ervaren dat er samenhang is tussen leven, leren en werken, tussen de
dingen die ze doen op school, tussen de dingen die hen omringen, niet door alles in vakjes
op te splitsen, maar door vakoverschrijdend te werken.
Sociaal engagement
De school is geen eiland maar staat midden in het sociale milieu en maakt daarvan deel uit,
er is een wisselwerking tussen school en maatschappij. De school houdt sterk rekening met
het gezinsleven, met de leefgemeenschap in de straat, het dorp, de stad, de maatschappij
de wereld.
Freinet bedenkt manieren en technieken om het sociaal bewustzijn van de kinderen te
ontwikkelen en kinderen te leren zich in te zetten voor elkaar voor het maatschappelijk
welzijn en mee te bouwen aan een rechtvaardiger wereld. Vandaar het belang van het leren
in groep.
Democratisch onderwijs
Opvoeding tot actieve deelnemers aan een democratische maatschappij wordt op
schoolniveau voorbereid door een sfeer te scheppen binnen de klas waarin elk individu de
kans krijgt om voor zijn eigen mening uit te komen zonder zich te schamen. Men wordt
aanvaard zoals men is.
Coöperatieve groep
De groep neemt een centrale plaats in in het dagelijks schoolgebeuren. Daar leren de
kinderen respectvol met elkaar om te gaan, samen te werken en verantwoordelijkheid te
dragen. Ze bedenken zelf verschillende samenwerkingsvormen, stellen samen een werkplan
op, helpen elkaar met het uitvoeren van taken. Zoeken samen oplossingen voor problemen
die zich voordoen op individueel, klas, school en buitenschools niveau.
Emancipatorisch onderwijs = gelijkgerechtigheid = bevrijden van beperkingen
(intellectuele, morele, sociale,…)
In de coöperatieve groep beslissen de kinderen mee in de organisatie van het klas-en het
schoolgebeuren. De betrokkenheid van elk kind is daarbij een voorwaarde.
Leren opkomen voor hun eigen zaak zonder arrogant te zijn en leren omgaan met positieve
kritiek, zijn punten waarmee heel wat volwassenen het nog moeilijk hebben.
Kinderen weerbaar maken, bewust maken van hun eigen kunnen en zijn., een eigen visie
ontwikkelen over de hen omringende dingen zijn belangrijk werkpunten. Het is voor jonge
mensen niet altijd gemakkelijk om te gaan met alle invloeden van een steeds sneller
evoluerende maatschappij.
Omgaan met diversiteit en multiculturaliteit
Door de heterogene groepssamenstelling leren de kinderen om te gaan met verschillen.in
leeftijd, mogelijkheden, sociaal-culturele achtergrond, persoonlijkheid en interesses. De
oudere kinderen leren zorg te dragen en verantwoordelijk te zijn voor de jongeren en de
jongeren leren hulp te accepteren.
Onze scholen en onze maatschappij worden steeds multicultureler. Het is de taak van de
school om oog te hebben voor deze verschillen en een nultolerantie te hanteren tegenover
elke vorm van discriminatie. De verschillen tussen de kinderen maken het leermilieu des te
rijker en dit moet merkbaar zijn aan de inrichting van de klas. In de klas moeten materiële
zaken terug te vinden zijn die verwijzen naar het thuismilieu of –land van herkomst van alle
kinderen.
Individuele ontplooiing
In de coöperatieve groep moet elk kind het gevoel krijgen dat het als individu en als lid van
de groep belangrijk is opdat het een positief zelfbeeld kan opbouwen. Het kind moet kunnen
functioneren in een sfeer van veiligheid en vertrouwen. Het moet weten dat het fouten kan en
mag maken. en dat dit aanleiding is tot interessantere leersituaties.
De school moet een juiste weg vinden voor elk kind opdat elk kind steeds de nodige
vooruitgang kan boeken. Ze zal contact opnemen en samenwerken met buitenschoolse
instanties en de ouders indien dit noodzakelijk is.
Ruimte voor zelfinitiatief
Autonomie, beslissingsbevoegdheid, zelfwerkzaamheid, en daarmee verbonden
verantwoordelijkheid opnemen voor het eigen leerproces en groep. Vrijheid,
verantwoordelijkheid en vertrouwen zijn met elkaar verbonden.
We moeten de kinderen nu leren bewust te kiezen opdat ze dit later op een verantwoorde
manier, zelfstandig zouden kunnen doen.
(Wat vind ik belangrijk, wat vinden de anderen belangrijk, wat is in deze situatie belangrijk,
wat is in deze situatie hoofdzaak en wat is bijzaak?)
Aandacht voor de totale persoonlijkheid
De ontplooiing van het kind in zijn totaliteit is eveneens één van de belangrijke streefdoelen.
Niet alleen de intellectuele ontwikkeling maar ook de ontwikkeling van het natuurbewustzijn,
de socio-emotionele, de intra-persoonlijke, expressief-creatieve en bewegingsontwikkeling
opdat het kind zou kunnen opgroeien tot een psychisch goed functionerend mens. Het kind
moet de kans krijgen om op te groeien tot een volwassene die in staat is tot volwaardig
communiceren, die beschikt over een positief zelfbeeld, kan omgaan met emoties, kritisch en
zelfstandig kan denken, zelfstandig beslissingen kan nemen, zelfstandig leert leren, sociaal
leren, kan omgaan met voortdurende veranderingen in een multiculturele maatschappij.
Vrije expressie
Kinderen moeten op eigen wijze hun gedachten en hun gevoelens kunnen uiten via allerlei
kanalen. Ze moeten persoonlijke ervaringen en indrukken kunnen veruitwendigen. In al zijn
vormen. Ze zijn afwisselend dichter, schrijver, danser schilder, acteur, componist, zanger,
beeldhouwer, presentator, regisseur, psycholoog, opvoeder, ambachtsman,
wetenschapper,…
Optimisme
Freinet heeft een oprecht geloof in de mogelijkheden van elk kind. Een kind helpen in zijn
ontwikkeling is in de eerste plaats het aanvaarden zoals het is.
Het succes dat kinderen boeken bij het uitvoeren van een taak en de manier waarop de
groep en de leerkracht daarop reageren spelen een belangrijke rol bij het opbouwen van
zelfvertrouwen en het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. Elke leerkracht moet zich
bewust zijn van de enorme stimulans die uitgaat van de positieve bekrachtiging. Dit betekent
echter niet: het kind overladen met overdreven complimenten. Een kleine schouderklop of
knipoog op het juiste tijdstip kunnen wonderen verrichten.
Afwisselende individuele en collectieve momenten
Een goed organisatie verdeling van momenten waarbij het kinderen kunnen werken aan
zelfgeplande taken en momenten waar ze hun opdracht als lid van de groep vervullen
zorgen voor rust en evenwicht.
Orde en discipline
Freinet heeft zich altijd verzet tegen de pedagogische laksheid, het laat maar gebeuren en
alles wat kinderen inbrengen is goed. Orde en discipline moeten van binnenuit komen,
moeten een gevolg zijn van een cultuur binnen de klas en van de werkorganisatie. Hiervoor
zijn ook rituelen vereist die de dag structureren en vorm geven. Hierin neemt de planning
een vooraanstaande plaats in.
Even belangrijk is de klasinrichting die in de loop van het jaar vaak verandert naarmate
hoeken frequent gebruikt worden of juist niet.
De inrichting moet functioneel zijn, rekening houden met de groep kinderen en met de
ruimtelijke mogelijkheden op dat moment. Om een degelijke werking mogelijk te maken
zullen een aantal hoeken moeten worden ingericht.
De Moderne school
De school moet rekening houden met maatschappelijke evoluties, nieuwe inzichten op
pedagogisch, psychologisch, sociaal, politiek, economisch….vlak.
De wereld, de mensen en de ons omringende dingen zijn toegankelijk voor groei en
verandering. Niets is vanzelfsprekend. De ideeën van vandaag zijn niet noodzakelijk de
ideeën van gisteren of van morgen.
De kinderen moeten steeds weer betrokken worden in dit evolutieproces
Freinetbeweging
Leerkrachten hebben nood aan begeleiding en aan kritische reflectie op teamniveau en op
schooloverstijgend niveau. Dat is de grond geweest voor de ontwikkeling van een
freinetbeweging die internationaal georganiseerd werd en waarbinnen duizenden
leerkrachten elkaar ontmoetten. Eerlijke zelfreflectie ontdaan van elke zelfgenoegzaamheid
en samen zoeken naar constructieve oplossingen zijn hoofdpunten tijdens de
samenkomsten.
Ouderparticipatie
Centraal bij de freinetbenadering is dat er alles aan gedaan wordt opdat thuis en school in de
beleving van elk kind geen twee gescheiden werelden zouden vormen.
Het is des te belangrijker naarmate het thuismilieu verschilt van het schoolmilieu.
Ouders moeten uitgenodigd worden om deel te hebben aan het werken op school, ze
moeten grondig geïnformeerde worden over de werkwijze en de resultaten van hun kinderen.
Ook al heeft de school de indruk dat er een aantal fundamentele tekorten zijn aan de
thuisopvoeding van een kind, elke actie hier rond zal met de grootste omzichtigheid moeten
gebeuren en wel zo dat het kind zelf op geen enkel moment het gevoel heeft dat men met
een beschuldigende blik of op denigrerende wijze naar zijn thuismilieu wordt gekeken.
Uitsluiting van ouders is de basis voor een gebrekkig zelfbeeld van het kind en heeft een
beperkt pedagogisch rendement tot gevolg.
Freinettechnieken
Elise Freinet schrijft in haar boek “La naissance d’une pedagogie” het volgende “Al onze
technieken zijn gericht op het zoeken en vinden van functionele elementen die het individu
helpen vooruit te komen, op te klimmen en zich te perfectioneren….Als energie en
inspanning niet leiden tot het gewenste resultaat dan is men niet goed bezig…”
Célestin Freinet schrijft: “… niet de kinderen schieten te kort maar het onderwijs.
Kinderen en volwassenen moeten greep krijgen op gebeurtenissen die zij het hoofd kunnen
bieden en steeds, naargelang de noodzaak, uit hun beschikbare kennis, die elementen halen
die zij nodig hebben voor het doel dat zij zich voor ogen stellen…”
| < Vorige | Volgende > |
|---|



